Frequently asked questions

Hoe bevallingsverlof aanvragen?

Hoe aanvragen?

Bevallingsverlof

  • Je bezorgt je werkgever ten laatste 7 weken vóór de vermoedelijke bevallingsdatum (9 weken voor een meerling) een attest van je arts met de vermoedelijke bevallingsdatum. Geef ook de datum mee waarop je het bevallingsverlof wil laten ingaan.
  • Als het bevallingsverlof ingaat, stuur je een medisch attest (docx, 2 p.) (40,6 kB) naar het controleorgaan en een afwezigheidsattest (docx, 1 p.) (155 kB) naar je school of centrum, met de periode van het bevallingsverlof.
  • Als je tijdelijk bent, dan moet je ook bij je ziekenfonds een aanvraag indienen, samen met een medisch attest met de vermoedelijke bevallingsdatum. Geef ook aan je ziekenfonds de datum mee waarop je het bevallingsverlof wil laten ingaan.

Kan ik VVP combineren met een andere dienstonderbreking?

VVP in ombinatie met andere dienstonderbrekingen

Volgende dienstonderbrekingen kunnen gecombineerd worden met een verlof voor verminderde prestaties:

  • Verlof tijdelijk andere opdracht
  • Omstandigheidsverlof
  • Verlof wegens overmacht
  • Staking
  • Nascholing;

Het ziekteverlof, het verlof voor verminderde prestaties wegens arbeidsongeval, het verlof voor verminderde prestaties wegens ziekte, de afwezigheid wegens arbeidsongeval, wegens ongeval op weg naar en van het werk, wegens beroepsziekte, de terbeschikkingstelling wegens ziekte, de afwezigheid wegens een bedreiging door een beroepsziekte en het verlof wegens moederschapsbescherming maken geen einde aan het verlof voor verminderde prestaties.

Opschorting

Het verlof voor verminderde prestaties wordt opgeschort zodra het personeelslid één van de volgende verloven krijgt :

1° bevallingsverlof;

2° verlof voor de opvang met het oog op adoptie en pleegvoogdij;

3° onbezoldigd ouderschapsverlof;

4° geboorteverlof;

5° loopbaanonderbreking voor ouderschapsverlof;

6° loopbaanonderbreking voor medische bijstand;

7° loopbaanonderbreking voor palliatieve zorgen;

8° zorgkrediet.

De opschorting houdt in dat het verlof voor verminderde prestaties na het opgenomen verlof opnieuw verder loopt tot de oorspronkelijk gevraagde einddatum.

Bezoldiging bij wettelijke feestdagen, de weekends en de korte vakantieperiodes

Tijdelijke personeelsleden die de dag voor een weekend of een korte vakantieperiode en de dag na hetzelfde weekend of dezelfde korte vakantieperiode een ambt uitoefenen in een onderwijsinstelling bekomen tijdens dit weekend of deze korte vakantieperiode dezelfde wedde of weddentoelage als op de vooravond ervan. Deze regeling geldt ook voor wettelijke feestdagen.

Dit betekent dat deze dagen en periodes dan worden bezoldigd overeenkomstig de prestaties verstrekt tijdens de tijdelijke aanstelling voorafgaand aan de te bezoldigen dag of periode.

meer weten zie bron: wetwijs

Voorbeelden betreffende sommige aspecten van de bezoldiging van tijdelijke personeelsleden van het onderwijs

Procedure bij staking in het onderwijs

1. PROCEDURE VOOR INSTELLINGEN DIE ELEKTRONISCH COMMUNICEREN.

1.1. Melding dienstonderbreking staking – RL-2 Code dienstonderbreking 045.

De dag van de staking zelf zendt u vóór 12.00 uur, een melding dienstonderbreking wegens staking door naar het Vlaams ministerie van Onderwijs en Vorming (RL-2, code dienstonderbreking 045) voor alle personeelsleden die deelnemen aan de staking.

U vult één (en slechts één) van de volgende gegevens in :

- ofwel duur staking in dagen : duur van de staking, uitgedrukt in dagen. Dit kan 0.5 of 1 zijn;

- ofwel duur staking in uren : duur van de staking, uitgedrukt in uren. Meer dan één uur zal worden beschouwd als een halve dag. Meer dan 4 uren wordt een hele dag.

Deze werkwijze maakt het mogelijk dat het Vlaams ministerie van Onderwijs en Vorming:

. de dag van de staking zelf reeds een beeld heeft van het aantal personeelsleden dat deelneemt aan de staking;

. tegelijkertijd de gevolgen voor de bezoldiging van de personeelsleden kan verwerken.

Voor personeelsleden die niet deelnemen aan de staking hoeft u niets te doen.

1.2. Afschaffing formulier model A.

Het formulier model A dat, voor elk personeelslid afzonderlijk, moest worden ingevuld door de personeelsleden die niet staken wordt afgeschaft. Alle personeelsleden waarvoor er geen melding staking (code dienstonderbreking 045) is doorgezonden worden geacht niet deel te nemen aan de staking.

1.3. Afschaffing formulier model B.

Het formulier model B dat een collectieve staat was van alle personeelsleden van een school/centrum tijdens de dag van de staking wordt eveneens afgeschaft.

2. PROCEDURE VOOR INSTELLINGEN DIE NIET ELEKTRONISCH COMMUNICEREN.

2.1. Formulier melding van een dienstonderbreking wegens staking (zie bijlage 2)

Voor de personeelsleden die deelnamen aan de staking zendt u een formulier “melding van een dienstonderbreking wegens staking” naar het werkstation, uiterlijk de tweede volledige schooldag na het einde van de staking. Een modelformulier is terug te vinden als bijlage 2 van deze omzendbrief. Alle voor u aangeduide rubrieken dienen te worden ingevuld.

In de rubriek “Gegevens van de dienstonderbreking wegens staking” vermeldt u de dag of de dagen waarop het personeelslid gestaakt heeft en kruist u daarnaast de duur van de staking aan. Dit kan 1 uur zijn, een halve dag of een hele dag.

Dit formulier dient ondertekend te worden door de gemandateerde van de inrichtende macht of het schoolbestuur. Het personeelslid zelf dient te ondertekenen voor kennisneming.

2.2. Afschaffing formulier model A.

Het formulier model A dat, voor elk personeelslid afzonderlijk, moest worden ingevuld door de personeelsleden die niet staken wordt afgeschaft. Alle personeelsleden waarvoor er geen formulier melding van een dienstonderbreking wegens staking is opgezonden worden geacht niet deel te nemen aan de staking.

2.3. Vervanging formulier model B door elektronisch formulier “Lijst van het aantal stakers en de duur van de staking per personeelscategorie” op te zenden via e-mail

Het formulier model B dat een collectieve staat is van alle personeelsleden van een school/centrum tijdens de dag van de staking wordt vervangen door een nieuw elektronisch formulier “Lijst van het aantal stakers en de duur van de staking per personeelscategorie” dat via e-mail naar volgend e-mailadres wordt opgezonden :

stakingsmelding.scholen@vlaanderen.be

Als bijlage 1 bij deze omzendbrief vindt u een blanco model van het elektronisch formulier “Lijst van het aantal stakers en de duur van de staking per personeelscategorie”.

In de rubriek “Gegevens van de staking” vermeldt u de dag of de dagen waarop de personeelsleden gestaakt hebben en kruist u daarnaast de duur van de staking aan.

Dit kan 1 uur zijn, een halve dag of een hele dag.

Het is niet meer nodig om het aantal personeelsleden op te geven dat niet aan de staking heeft deelgenomen. Alleen het aantal personeelsleden dat effectief heeft gestaakt, moet worden opgegeven per personeelscategorie en volgens de duur van de staking.

Opdat de overheid zo snel mogelijk een overzicht zou hebben van het aantal personeelsleden dat gestaakt heeft moet het nieuwe elektronische formulier met het aantal personeelsleden dat gestaakt heeft, ten laatste op de dag van de staking voor 12 uur gemaild worden naar het hierboven vermeld e-mailadres. Het is de verantwoordelijkheid van de inrichtende macht/schoolbestuur van de school/het centrum te waken over het naleven van deze verplichting.

Dit ondertekende formulier moet ook in de school/het centrum worden bijgehouden en moet op elk moment kunnen worden voorgelegd aan de verificateur van het Vlaams ministerie van Onderwijs en Vorming. De verificateur zal de juistheid van de verstrekte gegevens nagaan hetzij de dag van de staking, hetzij één van de daaropvolgende dagen.

3. PROCEDURE VOOR INSTELLINGEN DIE ELEKTRONISCH WERKEN MAAR DE DAG VAN DE STAKING GEEN ELEKTRONISCHE ZENDING KUNNEN DOORSTUREN.

3.1. Vervanging formulier model B door elektronisch formulier “Lijst van het aantal stakers en de duur van de staking per personeelscategorie” op te zenden via e-mail

Het formulier model B dat een collectieve staat is van alle personeelsleden van een school/een centrum tijdens de dag van de staking wordt vervangen door een nieuw elektronisch formulier “Lijst van het aantal stakers en de duur van de staking per personeelscategorie” dat via e-mail naar volgend adres wordt opgezonden :

stakingsmelding.scholen@vlaanderen.be

Als bijlage 1 bij deze omzendbrief vindt u een blanco model van het elektronisch formulier “Lijst van het aantal stakers en de duur van de staking per personeelscategorie”.

In de rubriek “Gegevens van de staking” vermeldt u de dag of de dagen waarop de personeelsleden gestaakt hebben en kruist u daarnaast de duur van de staking aan. Dit kan 1 uur zijn, een halve dag of een hele dag.

Het is niet meer nodig om het aantal personeelsleden op te geven dat niet aan de staking heeft deelgenomen. Alleen het aantal personeelsleden dat effectief heeft gestaakt moet worden opgegeven per personeelscategorie en volgens de duur van de staking.

Opdat de overheid zo snel mogelijk een overzicht zou hebben van het aantal personeelsleden dat gestaakt heeft moet het nieuwe elektronische formulier met het aantal personeelsleden dat gestaakt heeft, ten laatste op de dag van de staking voor 12 uur gemaild worden naar het hierboven vermeld e-mailadres. Het is de verantwoordelijkheid van het schoolbestuur/de inrichtende macht van de school/het centrum te waken over het naleven van deze verplichting.

Dit ondertekende formulier moet ook in de school/het centrum worden bijgehouden en moet op elk moment kunnen worden voorgelegd aan de verificateur van het Vlaams ministerie van Onderwijs en Vorming. De verificateur zal de juistheid van de verstrekte gegevens nagaan hetzij de dag van de staking, hetzij één van de daaropvolgende dagen.

3.2. Melding dienstonderbreking staking – RL-2 code dienstonderbreking 045

Voor de personeelsleden die hebben gestaakt, zendt u uiterlijk de tweede volledige schooldag na het einde van de staking, een melding dienstonderbreking wegens staking door naar het departement (RL-2, code dienstonderbreking 045).

U vult één (en slechts één) van de volgende gegevens in :

- ofwel duur staking in dagen : duur van de staking, uitgedrukt in dagen. Dit kan 0.5 of 1 zijn;

- ofwel duur staking in uren : duur van de staking, uitgedrukt in uren. Meer dan één uur zal worden beschouwd als een halve dag. Meer dan 4 uren wordt een hele dag.

3.3. Afschaffing formulier model A.

Het formulier model A dat, voor elk personeelslid afzonderlijk, moest worden ingevuld door de personeelsleden die niet staken wordt afgeschaft. Alle personeelsleden waarvoor er geen melding staking (code dienstonderbreking 045) is doorgezonden worden geacht niet deel te nemen aan de staking.

Meer weten: zie bron Wetwijs

Langer werken dan 65 jaar

  • Met ingang van 1 september 2012 kan een personeelslid na de leeftijd van 65 jaar onder bepaalde voorwaarden volwaardig aan de slag blijven in het onderwijs.
  • Deze omzendbrief steunt op het ontwerp van decreet betreffende het onderwijs XXII en wordt u meegedeeld onder voorbehoud van definitieve goedkeuring van dat decreet door het Vlaams parlement en de Vlaamse Regering.

 

Opmerking: In deze omzendbrief wordt het begrip inrichtende macht gehanteerd. Voor het basis- en secundair onderwijs moet inrichtende macht steeds gelezen worden als schoolbestuur, in het volwassenenonderwijs als centrumbestuur, voor de centra voor leerlingenbegeleiding als bestuur en voor het POC als de afgevaardigd-bestuurder van het Gemeenschapsonderwijs.

 

1. Inleiding

 

Om tegemoet te komen aan het tekort op de arbeidsmarkt kan een inrichtende macht een definitief gepensioneerde als tijdelijk personeelslid aanwerven. Meer informatie vindt u onder 2.1.4 in de omzendbrief PERS/2009/11:

http://www.ond.vlaanderen.be/edulex/database/document/document.asp?docid=14146#2.1

 

Vanaf 1 september 2012 wordt een nieuwe mogelijkheid toegevoegd, nl. een personeelslid onder bepaalde voorwaarden volwaardig in dienst houden na het bereiken van de leeftijdsgrens van 65 jaar.

 

In principe eindigt een tijdelijke aanstelling of een vaste benoeming van ambtswege bij het bereiken van de leeftijdsgrens: dit betekent dat een personeelslid definitief met pensioen moet op het einde van het schooljaar waarin het personeelslid de leeftijd van 65 jaar heeft bereikt.

Onder volgende te vervullen cumulatieve voorwaarden kan de tijdelijke aanstelling of vaste benoeming echter ook na het bereiken van de leeftijd van 65 jaar verlengd worden:

 

  • Het personeelslid verzoekt de inrichtende macht zijn tijdelijke aanstelling of vaste benoeming te verlengen;
  • De inrichtende macht gaat akkoord met het verzoek van het personeelslid;
  • De verlenging geldt telkens voor de duur van maximum één schooljaar: de verlenging kan derhalve het einde van het schooljaar nooit overschrijden. Dit betekent dat gedurende een schooljaar een of meerdere aansluitende periodes van verlenging kunnen worden afgesproken, zolang dat de verlenging de duur van dat schooljaar niet overschrijdt. Het is bv. niet mogelijk de tijdelijke aanstelling of de vaste benoeming een eerste keer voor drie maanden te verlengen (bv. van 1 september tot eind november) om daarna een volgende verlenging voor één schooljaar overeen te komen (van begin december tot begin december het daaropvolgende schooljaar). Dergelijke opeenvolgende verlengingen overschrijden het einde van één schooljaar en kunnen dus niet. Enkel de eerste verlenging wordt dan weerhouden.

Inrichtende macht en personeelslid kunnen ook onmiddellijk een verlenging voor een volledig schooljaar afspreken.

Beide mogelijkheden (meerdere verlengingen per schooljaar of ineens een volledig schooljaar) kunnen meerdere schooljaren na elkaar plaatsvinden.

  • In de instelling waar het personeelslid aangesteld blijft, mag op dat ogenblik geen personeelslid ter beschikking gesteld wegens ontstentenis van betrekking in het “hetzelfde ambt” zijn of worden, tenzij dat personeelslid onmiddellijk kan worden gereaffecteerd in een vacante betrekking.

 

2. Toepassingsgebied

De nieuwe regeling vermeld in punt 1.2 geldt voor de inrichtende machten en personeelsleden vermeld in:

artikel 2 , §1, van het decreet van 27 maart 1991 betreffende de rechtspositie van bepaalde personeelsleden van het gemeenschapsonderwijs.

artikel 4 , §1, van het decreet van 27 maart 1991 betreffende de rechtspositie van sommige personeelsleden van het gesubsidieerd onderwijs en de gesubsidieerde centra voor leerlingenbegeleiding.

3. Administratieve en geldelijke regeling

Het personeelslid waarvan de tijdelijke aanstelling of de vaste benoeming met maximum één schooljaar wordt verlengd, blijft volledig onderhevig aan de bepalingen van de decreten rechtspositie. Dit betekent dat de tijdelijke aanstelling of de vaste benoeming tijdens de verlenging onverminderd doorloopt: het personeelslid blijft zijn loopbaan in het onderwijs uitbouwen en bouwt dus verder dienst- en (eventueel) geldelijke anciënniteit op. Hij ontvangt tijdens de periode van verlenging een salaris op basis van zijn prestaties en de gepresteerde diensten worden ook meegeteld voor de berekening van het pensioen ten laste van de schatkist.

Als de verlenging eindigt, komt er van ambtswege een einde aan de tijdelijke aanstelling of aan de vaste benoeming van het personeelslid.

 

4. Praktische schikkingen

Een tijdelijke aanstelling of een vaste benoeming van ambtswege eindigt dus bij het bereiken van de leeftijdsgrens: dit betekent dat een personeelslid definitief met pensioen moet op het einde van het schooljaar waarin het personeelslid de leeftijd van 65 jaar heeft bereikt. Dit betekent dat de zendingen voor deze personeelsleden steeds 31 augustus als einddatum moeten krijgen.

 

Indien voldaan is aan de hierboven vermelde te vervullen cumulatieve voorwaarden kan de tijdelijke aanstelling of vaste benoeming echter ook na het bereiken van de leeftijd van 65 jaar verlengd worden. In dat geval moet dit als volgt meegedeeld worden aan het Agentschap voor Onderwijsdiensten (AgODi) en het Agentschap voor Hoger Onderwijs, Volwassenenonderwijs en Studietoelagen (AHOVOS):

 

  • Indien het gaat om een vast benoemd personeelslid is een nieuwe RL-1 nodig, waarin de begin- en einddatum van de overeengekomen verlenging worden opgenomen. Uiteraard moet er wel rekening gehouden worden met het feit dat de periode van deze verlenging het einde van het schooljaar niet kan overschrijden.
  • Indien het gaat om een tijdelijk personeelslid is eveneens een nieuwe RL-1 nodig, waarin de begin- en einddatum van de overeengekomen verlenging worden opgenomen. Ook hier moet er rekening gehouden worden met het feit dat de periode van deze verlenging het einde van het schooljaar niet kan overschrijden.

bron wetwijs

Hoeveel dagen heb je nodig voor TADD?

Voorwaarde inzake dienstanciënniteit

Om het recht op TADD te kunnen laten gelden moet het personeelslid een dienstanciënniteit hebben van ten minste 720 dagen gespreid over ten minste drie schooljaren. Van deze 720 dagen moeten er 600 effectief gepresteerd zijn (zie 4.3.).

Berekening van de dienstanciënniteit

Een personeelslid moet ten minste 720 dagen dienstanciënniteit hebben, gespreid over ten minste drie schooljaren, om een recht op TADD te verwerven. Van deze 720 dagen moeten er 600 effectief gepresteerd zijn. Hieronder gaan we dieper in op de principes die van toepassing zijn bij de berekening van de dienstanciënniteit.

De berekening van de dienstanciënniteit is relevant zowel voor 'het ambt' als voor 'het bekwaamheidsbewijs'.

Berekeningswijze

Het personeelslid moet gespreid over ten minste drie schooljaren 720 dagen dienstanciënniteit hebben waarvan er 600 effectief gepresteerd zijn.

720 dagen dienstanciënniteit

De 720 dagen dienstanciënniteit worden berekend volgens artikel 4 van het decreet rechtspositie voor het gemeenschapsonderwijs en artikel 6 van het decreet rechtspositie voor het gesubsidieerd onderwijs. Het aantal dagen wordt niet vermenigvuldigd met 1,2.

Diensten met onvolledige prestaties worden op dezelfde manier in aanmerking genomen als diensten met volledige prestaties, op voorwaarde dat de prestaties ten minste de helft bedragen van het aantal uren vereist voor een betrekking met volledige prestaties.

Het aantal dagen gepresteerd in een betrekking die niet de helft bedraagt van het aantal uren, vereist voor een betrekking met volledige prestaties, wordt met de helft verminderd.

De diensten moeten gepresteerd zijn in hoofdambt. In het volwassenenonderwijs en het deeltijds kunstonderwijs komen ook de diensten in bijbetrekking in aanmerking.

600 dagen effectief gepresteerd

Deze berekening verloopt op dezelfde wijze als de berekening van de 720 dagen dienstanciënniteit met dit verschil dat hier enkel de periodes in aanmerking worden genomen waarin het personeelslid effectieve prestaties verricht.

Onder effectieve prestaties wordt verstaan: alle kalenderdagen met inbegrip van zaterdagen, zondagen, wettelijke verlofdagen en schoolvakanties die binnen de periode van aanstelling vallen.

Ziekteverlof, omstandigheidsverlof, enz. ... komen bijgevolg niet in aanmerking voor de berekening van de effectieve prestaties.

Om het recht op TADD te bepalen, worden ook volgende periodes meegerekend voor de vaststelling van de 600 dagen effectieve prestaties en dit tot een maximum van210 dagen:

  • - het bevallingsverlof
  • - de periode van verwijdering uit een risico in het kader van de bedreiging door een beroepsziekte
  • - de periode van moederschapsbescherming

Uiteraard moeten deze dagen binnen de aanstellingsperiode vallen.

Personeelsleden die aangesteld zijn in de periode 1 september - 30 juni kunnen maximaal 303 (of 304 in een schrikkeljaar) dagen dienstanciënniteit per schooljaar verwerven. Tijdelijke personeelsleden die aangesteld zijn tot 31 augustus (bijvoorbeeld administratief personeel) kunnen maximaal 360 dagen dienstanciënniteit verwerven.

Voorbeeld 1

Een personeelslid oefent in het deeltijds kunstonderwijs m.i.v. 01.09.2001 volgende opdracht uit:

8/22 leraar 'Algemene muzikale vorming'

Op 30.06.2004 heeft het personeelslid voor het ambt van leraar een dienstanciënniteit van 2 x 303 + 1x304 dagen: 2= 455 dagen. Prestaties die minder dan de helft bedragen van een volledige opdracht worden voor de berekening van de dienstanciënniteit met de helft verminderd.

Het personeelslid heeft geen recht op een aanstelling van doorlopende duur voor het ambt van leraar, want het beschikt niet over voldoende dienstanciënniteit voor dit ambt.

Voorbeeld 2

Een personeelslid oefent in het gewoon basisonderwijs m.i.v. 01.03.2003 tot 30.06.2005 volgende opdracht uit:

24/24 onderwijzer

Tijdens deze periode van 01.09.2003 tot 30.06.2005 heeft betrokkene 210 ( 2 bevallingsverloven) dagen bevallingsverlof en 92 dagen ouderschapsverlof genoten.

Op 30.06.2005 heeft het personeelslid voor het ambt van onderwijzer een dienstanciënniteit van 729 dagen (122 d + 304 d + 303 d ).

Het verwerft aldus m.i.v. 01.09.2004 meer dan 720 dagen dienstanciënniteit als onderwijzer

Dit personeelslid heeft 729 - 92 = 637 effectief gepresteerde dagen.

De 210 dagen bevallingsverlof komen in aanmerking voor de berekening van de 600 dagen effectieve prestaties.

Het personeelslid heeft op 1 september 2005 recht op een tijdelijke aanstelling van doorlopende duur voor het ambt van onderwijzer, want het beschikt over ten minste 600 effectief gepresteerde dagen voor dit ambt.

Opmerking

In het gemeenschapsonderwijs komen alleen de diensten gepresteerd na 1 september 1988 in aanmerking.

In het gesubsidieerd onderwijs komen alleen de diensten gepresteerd na 1 september 1985 in aanmerking.

Berekeningsdatum

De dienstanciënniteit wordt vastgesteld op 30 juni voorafgaand aan het schooljaar waarin het personeelslid het recht laat gelden.

Dit betekent dat, om op 1 september 2005 het recht op een TADD te kunnen laten gelden, de vereiste 720 en 600 dagen moeten behaald zijn op 30 juni 2005.

In welke scholen, instellingen of centra moeten diensten gepresteerd zijn om in aanmerking te komen?

Het basisonderwijs

Niet alle gepresteerde diensten tellen mee om het recht op TADD te verwerven. Het is van belang in welke scholen of instellingen de diensten gepresteerd werden.

Vanaf 1 september 2005 hebben de scholengemeenschappen een invloed op de verwerving en draagwijdte van het recht op een TADD in een basisschool.

Gesubsidieerd onderwijs

Bij de berekening van de dienstanciënniteit moet een onderscheid worden gemaakt tussen de diensten die vóór 1 september 2005 werden gepresteerd en de diensten die vanaf 1 september 2005 werden gepresteerd. Tevens moet er een onderscheid worden gemaakt tussen scholen die tot een scholengemeenschap behoren en scholen die niet tot een scholengemeenschap behoren.

Diensten gepresteerd vóór 1 september 2005

  • Voor instellingen die tot een scholengemeenschap behoren

De prestaties die het personeelslid geleverd heeft in instellingen die vanaf 1 september 2005 behoren tot dezelfde scholengemeenschap maar ook alle diensten gepresteerd in de instellingen die behoren tot hetzelfde schoolbestuur.

  • Voor instellingen die niet tot een scholengemeenschap behoren

De prestaties die het personeelslid geleverd heeft in instellingen die behoren tot hetzelfde schoolbestuur.

Diensten gepresteerd vanaf 1 september 2005

Voor instellingen die tot een scholengemeenschap behoren

  • De prestaties in alle instellingen van de scholengemeenschap en dit ongeacht het net;
  • Als een instelling in de loop van de zesjarige samenwerkingsperiode of bij aanvang van een nieuwe samenwerkingsperiode toetreedt tot een bestaande scholengemeenschap, worden de prestaties die een personeelslid al heeft geleverd in een ambt in de instelling die toetreedt tot een scholengemeenschap, beschouwd als gepresteerd in dat ambt in deze scholengemeenschap.
  • Op deze wijze kan een personeelslid diensten die hij voorheen niet presteerde in de scholengemeenschap, ook in aanmerking laten komen als gepresteerd in de scholengemeenschap. Deze bepaling is voor de instellingen van het basisonderwijs van toepassing vanaf het schooljaar 2006-2007.

Voor instellingen die niet tot een scholengemeenschap behoren

  • De prestaties die een personeelslid heeft geleverd in instellingen van hetzelfde schoolbestuur en die niet tot een scholengemeenschap behoren;
  • Als een instelling in de loop van een zesjarige samenwerkingsperiode of na de beëindiging van de samenwerkingsperiode uit een bestaande scholengemeenschap treedt en niet opnieuw tot een andere scholengemeenschap toetreedt, worden de prestaties die een personeelslid al heeft geleverd in een ambt in de instelling die uit de scholengemeenschap treedt, beschouwd als gepresteerd in dat ambt in een instelling die niet tot de scholengemeenschap behoort.
  • Op deze wijze kan een personeelslid diensten die hij voorheen presteerde in een instelling in een scholengemeenschap, ook in aanmerking nemen als gepresteerd in een instelling die niet behoort tot een scholengemeenschap. Deze bepaling is voor de instellingen van het basisonderwijs van toepassing vanaf het schooljaar 2006-2007.

meer weten:bron_wetwijs

Word ik doorbetaald bij verlof wegens 'een bedreiging door een beroepsziekte'

Vastbenoemde personeelsleden

 Personeelsleden hebben voor de (les)uren of lestijden waarvoor zij vastbenoemd zijn, recht op doorbetaling van hun salaris (artikel 3 bis van de wet van 3 juli 1967).

Personeelsleden TADD op de vooravond

Personeelsleden die op de vooravond van de vrijstelling van arbeid TADD zijn in het ambt/vak/specialiteit/functie van verwijdering, hebben recht op doorbetaling van hun salaris (artikel 3 bis van de wet van 3 juli 1967).

Dit is ook van toepassing wanneer zij tijdens de vorige aanstelling verwijderd werden en tijdens dezelfde zwangerschap opnieuw aangesteld worden in dezelfde risicofunctie bij dezelfde werkgever. Bij een nieuwe aanstelling in een andere risicofunctie en /of bij een andere werkgever, waarvoor het personeelslid op de vooravond ervan eveneens TADD is, is wel een nieuw advies van de preventieadviseur-arbeidsgeneesheer vereist.

 Personeelsleden TABD of zonder TADD op de vooravond van de nieuwe aanstelling

 1. Eerste verwijdering uit het risico

 De personeelsleden hebben recht op doorbetaling van hun salaris indien zij de opdracht effectief opgenomen hebben. (artikel 3 bis van de wet van 3 juli 1967).

Als bij de aanvang van het schooljaar (of bij een nieuwe aanstelling) het tijdelijk personeelslid niet in dienst getreden is op de eerste werkdag, dan heeft dit personeelslid geen recht op het hierboven vermelde verlof. De periode wordt dan beschouwd als onbezoldigd ziekteverlof.

 2. Nieuwe aanstelling met verwijdering uit het risico tijdens dezelfde zwangerschap

 1) nieuwe aanstelling in dezelfde risicofunctie en bij dezelfde werkgever (inrichtende macht/schoolbestuur/centrumbestuur)

 De personeelsleden worden onmiddellijk verwijderd uit de opdracht en hebben recht op 90% van het gemiddelde dagloon.

2) Nieuwe aanstelling in een andere risicofunctie en/of bij een andere werkgever (inrichtende macht/schoolbestuur/centrumbestuur)

 Bij een aanstelling in een andere risicofunctie en/of bij een andere werkgever moeten de personeelsleden één dag effectief in dienst treden en kunnen zij pas daarna opnieuw uit het risico worden verwijderd. Dan hebben zij opnieuw recht op hun volledige salaris. Wanneer een personeelslid de eerste dag niet gaat werken, is er geen recht op verlof en wordt de afwezige periode beschouwd als onbezoldigd ziekteverlof.

Een nieuw advies van de preventieadviseur-arbeidsgeneesheer is wel nodig om de toekenning van een verlof wegens 'een bedreiging door een beroepsziekte' te bekomen. Verder moet de werkgever ook eerst nagaan of een aanpassing van de werkomstandigheden of een toekenning van een andere betrekking niet mogelijk is.

Wenst u meer info zie :bron: wetwijs

Onbezoldigd ouderschapsverlof

 Regeling betreffende onbezoldigd ouderschapsverlof

Het vroegere borstvoedingsverlof is omgevormd tot onbezoldigd ouderschapsverlof.

Het personeelslid dat in dienstactiviteit is, heeft bij de geboorte of adoptie van een kind recht op voltijds onbezoldigd ouderschapsverlof. Dit verlofstelsel kan ook door de vader worden genomen.

1. Voorwaarden voor het verkrijgen van dit verlof

Volledige opdracht

Het onbezoldigd ouderschapsverlof moet voor de volledige opdracht in alle onderwijsinstellingen worden genomen.

Eén uitzondering

Het personeelslid dat voor een gedeelte van zijn opdracht verlof wegens moederschapsbescherming tijdens de lactatie geniet, kan voor het resterende gedeelte van de opdracht onbezoldigd ouderschapsverlof nemen.

Ononderbroken

Het verlof moet ononderbroken genomen worden. Dit verlof kan - bijvoorbeeld - dus niet een deel vóór de kerstvakantie en voor het resterende deel na de kerstvakantie worden genomen. Tijdens de kerstvakantie is er dus geen onderbreking.

Niet gelijk aan loopbaanonderbreking in het kader van ouderschapsverlof

Het recht op onbezoldigd ouderschapsverlof doet geen afbreuk aan de mogelijkheid die sommige personeelsleden hebben om in het kader van de regeling inzake loopbaanonderbreking een “loopbaanonderbreking in het kader van ouderschapsverlof” aan te vragen. Voor deze vorm van verlof wordt verwezen naar de omzendbrief van 17 juli 2007 PERS/2007/04- Personeelsleden van het onderwijs en van de centra voor leerlingenbegeleiding gefinancierd of gesubsidieerd door de Vlaamse Gemeenschap - Loopbaanonderbreking

2. Aanvang

Het verlof moet aanvangen binnen het jaar na de geboorte van het kind. In geval van adoptie moet het onbezoldigde ouderschapsverlof aanvangen binnen het jaar na de inschrijving van het kind als deel uitmakend van het gezin in het bevolkingsregister of in het vreemdelingenregister in de gemeente waar zij hun verblijfplaats hebben.

3. Duur

Dit verlof kan maximaal voor drie maanden worden verleend, waarbij elke maand bestaat uit een aantal kalenderdagen. Wie minder dan drie maanden onbezoldigd ouderschapsverlof opneemt, verliest het saldo van de resterende dagen.

Voorbeelden

· Begindatum onbezoldigd ouderschapsverlof = 01/09/2009 → einddatum = 30/11/2009

· Begindatum onbezoldigd ouderschapsverlof = 20/09/2009 → einddatum = 19/12/2009

· Begindatum onbezoldigd ouderschapsverlof = 06/03/2010 →einddatum = 05/06/2010

Verlies saldo

· Begindatum onbezoldigd ouderschapsverlof = 07/09/2009 → einddatum = 30/11/2009

· Begindatum onbezoldigd ouderschapsverlof = 12/05/2009 →einddatum = 30/06/2009

Het verlof moet volledig vallen binnen de periode van aanstelling.

4. Administratieve en geldelijke toestand van het personeelslid

Het verlof is een periode van dienstactiviteit en isonbezoldigd. Het personeelslid krijgt dus van het Vlaams Ministerie van Onderwijs en Vorming geen salaris of salaristoelage.

De periode onbezoldigd ouderschapsverlof komt in aanmerking voor de berekening van het vakantiegeld en de eindejaarstoelage doch niet voor de berekening van de uitgestelde bezoldiging.

Het verlof komt in aanmerking voor het bepalen van de ambts-, dienst- en geldelijke anciënniteit. Dit verlof komt echter niet in aanmerking voor het bepalen van het aantal dagen bezoldigd ziekteverlof waarop een tijdelijk personeelslid recht heeft.

Pensioen

Vaststelling pensioendatum en/of raming van pensioenbedrag?

U kan de vroegst mogelijke pensioendatum vragen en/of, vanaf een bepaalde leeftijd, een raming van het pensioenbedrag laten uitvoeren
door een aanvraag in te dienen:

U kunt deze aanvraag indienen vanaf de leeftijd van 57 jaar. Dit komt overeen met een termijn van 5 jaar voor de leeftijd van 62 jaar, de leeftijd vanaf wanneer een vastbenoemd personeelslid in de overheidssector, die aan de loopbaanvoorwaarden voldoet, in aanmerking komt voor een vervroegd pensioen.

Indien u echter tot een personeelscategorie behoort waarbinnen een leeftijdgrens geldt die verplicht om vóór de leeftijd van 60 jaar met pensioen te gaan, dan kunt u een raming van uw pensioenbedrag aanvragen in de 5 jaar die die leeftijdsgrens voorafgaan.

Om correcte informatie te kunnen verstrekken moet uw elektronisch loopbaandossier bij de PDOS volledig zijn. Dit dossier wordt sedert 2011 voor iedere werknemer in de overheidssector opgebouwd door driemaandelijkse werkgeversverklaringen. Uw werkgever is bij wet verplicht uw loopbaangegevens in dit dossier te vervolledigen door het afleverenvan een éénmalig elektronisch attest met al uw loopbaangegevens gepresteerd vóór 2011 in de overheidssector. Er wordt in dit verband meestal gesproken over 'historische gegevens'. De werkgevers hebben hiervoor tijd tot uiterlijk eind 2015. Indien uw attest nog niet is afgeleverd, moet de PDOS dit bij de werkgever opvragen.
Aangezien er momenteel veel aanvragen zijn, werken vele werkgevers met eigen prioriteitenlijsten en kunnen de wachttijden oplopen waardoor de dienstverlening van de PDOS momenteel ernstig vertraagt. U zal hiermee rekening moeten houden. De tijdige pensioentoekenning zelf is niet in gevaar.

Helaas is er nog geen online toepassing die u toelaat om de gegevensbank van de PDOS te raadplegen om te zien of uw dossier al dan niet volledig is. De PDOS doet momenteel grote inspanningen om dit te realiseren in samenwerking met de RVP (werknemers privé sector) en het RSVZ (zelfstandigen). Dit heeft als voordeel dat de volledige loopbaan, ongeacht het werknemersstatuut en ongeacht de sector van tewerkstelling, op een geïntegreerde manier kan worden voorgesteld. De ontsluiting van de geïntegreerde pensioenloopbaangegevensbank mag u omwille van de complexiteit pas verwachten eind 2014.

U kan ondertussen ook zelf de vroegst mogelijke pensioendatum trachten te bepalen viade "pensioenteller".
Via onze Pensioenpunten

Voor het indienen van een aanvraag voor de vroegst mogelijke pensioendatum en/of een raming van het pensioenbedrag kan u zich tot een van onze pensioenpunten wenden.

Via het formulier "Vaststelling pensioendatum en/of raming pensioenbedrag"

Het aanvraagformulier ertoe kan u:

Via de on line toepassing "de pensioenteller"

De on line toepassing "de pensioenteller" is enkel geschikt voor het bepalen van de vroegst mogelijke pensioendatum op basis van de eigen invoer van de loopbaangegevens.

Raadgeving:

Bron:Pdos-Pensioendienst

Schadeloosstelling bij arbeidsongeval

1.SCHADELOOSSTELLING

1.1.Medische kosten

1.1.1. Bepaling

Onder medische kosten worden verstaan :

- kosten voor dokter, chirurg, apotheker, verpleging, prothese en orthopedie (art.3 wet);
- herstellings- en vervangingskosten van de prothese en orthopedische toestellen waaraan het ongeval schade heeft veroorzaakt (art.3ter wet).

Hieronder horen ook de kosten voor tandarts, oogarts en kinesist. Maar niet alle kosten worden terugbetaald zie Aanvullende informatie arbeidsongevallen 6. Vergoeding medische kosten.

Het recht op vergoeding van de medische kosten is niet begrensd in de tijd.
Voor ongevallen die blijvende arbeidsongeschiktheid als gevolg hebben betekent dit dat de medische kosten zonder tijdslimiet zullen worden vergoed, ook wanneer het gaat om kosten na het verstrijken van de herzieningstermijn. Maar op voorwaarde dat een dokter van MEDEX-AGD de kosten moet erkennen als tengevolge van het ongeval.
Voor ongevallen zonder blijvende arbeidsongeschiktheid (0%)en zonder blijvend letsel worden er geen kosten meer terugbetaald die na de datum van de consolidatie gemaakt zijn, tenzij het prothesekosten betreft.
Het slachtoffer is volledig vrij in zijn keuze van dokter, apotheker, medische, farmaceutische of verplegingsdienst die instaat voor de behandeling van het letsel tengevolge van het arbeidsongeval.

1.1.2. Vergoeding

De medische kosten worden betaald door de MEDEX-AGD (art.25 K.B.), die behoort tot de Federale Overheidsdienst Volksgezondheid, Veiligheid van de Voedselketen en Leefmilieu.
De medische kosten zullen rechtstreeks door MEDEX-AGD betaald worden aan de verzorgingsinstellingen, de dokters, de apothekers, de prothesisten, ... mits voorlegging van de originele ereloonnota's, facturen of rekeningen.
Ingeval het slachtoffer deze kosten zelf betaald heeft, worden ze terugbetaald op voorlegging van de ereloonnota's, facturen of rekeningen die dan voor voldaan moeten ondertekend zijn.
De medische kosten moeten, met vermelding van het geneeskundig nummer en de datum van het ongeval, gestuurd worden naar: MEDEX-AGD - cel medische kosten, Victor Hortaplein40 bus 10 te 1060 BRUSSEL.
Op deze kostenstaten dient een zelfklever van MEDEX-AGD gekleefd te worden. Het slachtoffer krijgt deze zelfklevers nadat MEDEX-AGD de aangifte van het ongeval ontvangen heeft.

meer info zie: bron

brochure kosten medex
formulier verplaatsingskosten

Haard- en standplaatsvergoeding.

 

Haard- en standplaatsvergoeding

 

Tijdelijke en vastbenoemde leraars met een bescheiden inkomen kunnen een extravergoeding krijgen. Afhankelijk van jouw inkomensgrens en familiale toestand gaat het over een haardtoelage of een standplaatstoelage.

Haardvergoeding
Om op deze toelage aanspraak te maken, moet je:

  • samenwonen of gehuwd zijn
  • of alleenstaande ouder zijn met ten minste één kind ten laste, waarvoor je nog kinderbijslag ontvangt

Bovendien mag jouw jaarwedde voor een volledige opdracht bepaalde limieten niet overschrijden.

Standplaatsvergoeding
Voldoe je niet aan de voorwaarden voor een haardtoelage, dan maak je misschien kans op een standplaatsvergoeding. De maximumgrenzen (zie onderaan: meer info) t.a.v. jouw jaarwedde zijn dezelfde, maar de vergoeding is kleiner.

Val je onder het systeem van terbeschikkingstelling of oefen je een bijbetrekking uit, dan kan je geen haard- of standplaatsvergoeding krijgen.

Jaarbedrag haard- of standplaatstoeslag

DATUM

GRENSBEDRAG

(jaarbedrag niet-geïndexeerd)

HAARDTOELAGE

STANDPLAATSTOELAGE

01.01.2002

van 0 t.e.m. 16.099,84 EUR

719,89 EUR

359,95 EUR

 

van 16.099,85 t.e.m. 18.329,27 EUR

359,95 EUR

179,98 EUR

 

vanaf 18.329,28 EUR

-

-

aanvragen: in te vullen formulier       meer info : klik hier

Wie zijn de rechthebbenden op een haard- en standplaatstoelage?

  • De gehuwden en samenwonenden, tenzij de toelage toegekend wordt aan de echtgenoot of persoon met wie men samenleeft. Het personeelslid hoeft niet wettelijk samenwonend te zijn (met samenlevingscontract). Ook de feitelijk samenwonenden komen in aanmerking: men moet wel samenleven als met een (huwelijks)partner: er moet een duurzame partnerband zijn. Samenwonen met een broer/zus of vriend/vriendin zonder een relatie te hebben geeft geen recht.
  • Het alleenstaande personeelslid van wie één of meer kinderen deel uitmaken van het gezin die recht geven op kinderbijslag

 

Heb ik recht op omstandigheidsverlof indien ik trouw in het weekend?

Bij het bepalen van de dagen omstandigheidverlof mag men het doel van deze vorm van verlof niet uit het oog verliezen. Het is namelijk gecreëerd om, wegens specifieke omstandigheden op specifieke dagen, afwezig te kunnen/moeten zijn. Het gaat hier om dagen waarop het personeelslid verondersteld wordt arbeidsprestaties te verrichten.

Bijvoorbeeld: voor het huwelijk van het personeelslid(leraar, onderwijzer..) op een dag in juli of augustus waarop het normalerwijze geen onderwijsopdrachten moet uitoefenen, kan later geen dag omstandigheidsverlof meer worden toegestaan.

Het omstandigheidsverlof of het verlof wegens overmacht heeft geen vaste begin- of einddatum. Het personeelslid neemt het verlof op het ogenblik van de gebeurtenis of naar aanleiding van omstandigheden die uit de gebeurtenis voortvloeien. De inrichtende macht, schoolbestuur of de directie oordeelt over het verband met de gebeurtenis. Als verschillende gebeurtenissen zich toevallig op dezelfde dag voordoen, kan het personeelslid voor elk geval afzonderlijk het aantal rechthebbende dagen opnemen.

meer weten: klik hier voor bron

 

Wanneer start en stopt mijn onbetaald verlof?

Aanvang, periode en einde

Aanvang

De TBSPA kan op elk moment ingaan. Er is geen vaste begindatum. Dit wordt in onderling overleg tussen het personeelslid en zijn/haar inrichtende macht geregeld.

Periode

De duur van elke periode TBSPA is niet vastgelegd en wordt, naargelang de noodwendigheid, dus eveneens in onderling overlegd tussen het personeelslid en zijn/haar inrichtende macht bepaald. Er is enkel een beperking op de maximumduur van de TBSPA. Dit wordt verder in punt 8 toegelicht.

Einde

Er is geen vaste einddatum. De TBSPA eindigt op de tussen het personeelslid en zijn/haar inrichtende macht overeengekomen dag. Bij wederzijds akkoord is het mogelijk de TBSPA voortijdig te beëindigen.

De TBSPA eindigt eveneens de dag na de termijn (zie punt 8) van de 60-ste maand.

BELANGRIJKE UITZONDERING
 
TBSPA aangevraagd van 1 september tot 30 juni
 
De TBSPA die door het personeelslid aangevraagd wordt en door de inrichtende macht wordt toegestaan voor de volledige periode van 1 september tot 30 juni wordt volgens de regelgeving geacht genomen te zijn tot 31 augustus (zie verder punt 8.3.2).

Dienstonderbrekingen die geen einde maken aan de TBSPA

Het ziekteverlof, het bevallingsverlof, de afwezigheid wegens arbeidsongeval, wegens ongeval op weg naar en van het werk, wegens beroepsziekte, de terbeschikkingstelling wegens ziekte, de afwezigheid wegens een bedreiging door een beroepsziekte en het verlof wegens moederschapsbescherming maken geen einde aan de TBSPA.

Wat is een scholengemeenschap?

Wat is een scholengemeenschap?

Een scholengemeenschap bestaat uit één of meerdere scholen in een bepaalde streek.  Ze maakt afspraken over het onderwijsaanbod, personeelszaken en leerlingenaangelegenheden.

De scholen die tot een scholengemeenschap behoren behouden hun zelfstandigheid. Een scholengemeenschap heeft  meer te bieden dan elke school afzonderlijk. Het onderwijsaanbod van een scholengemeenschap moet minstens bevatten:

  1. een eerste graad bestaande uit een eerste leerjaar A en B, een tweede leerjaar en een beroepsvoorbereidend leerjaar;
  2. een tweede graad bestaande uit een eerste en tweede leerjaar van het algemeen secundair onderwijs met drie opties, een eerste en tweede leerjaar van het technisch secundair onderwijs met twee studiegebieden en een eerste en tweede leerjaar van het beroepssecundair onderwijs met twee studiegebieden; de studiegebieden van het technisch en beroepssecundair onderwijs mogen dezelfde zijn;
  3. een derde graad bestaande uit een eerste en tweede leerjaar van het algemeen secundair onderwijs met drie opties, een eerste en tweede leerjaar van het technisch secundair onderwijs met twee studiegebieden en een eerste en tweede leerjaar van het beroepssecundair onderwijs met twee studiegebieden; de studiegebieden van het technisch en beroepssecundair onderwijs mogen dezelfde zijn.

Bron: Onderwijsdecreet Secundair Onderwijs 14-07-1998.

Kan ik VVP stopzetten?

10. TOESTANDEN DIE HET VERLOF EN DE AFWEZIGHEID VOOR VERMINDERDE PRESTATIES OPSCHORTEN

Het verlof voor verminderde prestaties gewettigd door sociale of familiale redenen en de afwezigheid voor verminderde prestaties wegens persoonlijke aangelegenheid worden opgeschort zodra het personeelslid, binnen de statutaire bepalingen die op hem van toepassing zijn, de volgende verloven of terbeschikkingstelling verkrijgt:

1° bevallingsverlof;

loopbaanonderbreking voor medische bijstand;

3° onbezoldigd ouderschapsverlof (= het vroegere borstvoedingsverlof);

4° verlof om dwingende redenen van familiaal belang;

5° verlof om een stage te vervullen in een andere betrekking van de Staat, een Gemeenschap, een Gewest, de provincies, de gemeenten, een daarmee gelijkgestelde openbare instelling, een officiële of een gesubsidieerde vrije school of centrum;

6° verlof om zijn kandidatuur voor de wetgevende of provinciale verkiezingen voor te dragen;

7° verlof om de cursussen bij te wonen van de school voor burgerlijke bescherming, hetzij als vrijwillige dienstnemer bij dit korps, hetzij als niet tot dit korps behorende leerling;

8° verlof om in vredestijd prestaties te verrichten bij het korps voor burgerlijke bescherming als vrijwillige dienstnemer bij dit korps;

9° opvangverlof;

10° verlof voor de opvang met het oog op adoptie en pleegvoogdij;

11° verlof voor het vervullen van sommige militaire prestaties in vredestijd en van diensten bij de civiele bescherming of van taken van openbaar nut op grond van de wetten houdende het statuut van de gewetensbezwaarden, gecoördineerd op 20 februari 1980;

12° verlof om een ambt uit te oefenen bij het kabinet van een lid van de Regering van een Gemeenschap of van een Gewest of bij het kabinet van een minister, een staatssecretaris of een gewestelijk staatssecretaris;

13° verlof voor vakbondsopdrachten;

14° verlof wegens (bijzondere) opdracht;

15° verlof voor het verrichten van bepaalde prestaties ten behoeve van de in de wetgevende vergaderingen van de Staat en van de Gemeenschappen of de Gewesten erkende politieke groepen, respectievelijk ten behoeve van de voorzitters van die groepen;

16° verlof om van het kabinet van de Koning deel uit te maken;

17° ouderschapsverlof in het kader van loopbaanonderbreking;

18° palliatief verlof in het kader van loopbaanonderbreking;

19° vaderschapsverlof;

20° terbeschikkingstelling wegens persoonlijke aangelegenheden.

Hoe pensioen aanvragen en indienen?

Een personeelslid uit het onderwijs vraagt zijn pensioen onmiddellijk aan bij de Pensioendienst voor de Overheidssector. 
Hiertoe vult hij of zij het formulier pensioenaanvraag in en stuurt het ondertekend per klassieke post op naar het adres vermeld
onderaan op her formulier. De aanvraag kan sinds februari ook online
Indien uw pensioendatum nog niet gekend is vraagt u eerste een pensioenraming aan.

adres zoals vermeld op het formulier:

PDOS 
Victor Hortaplein 40 bus 30
1060 Brussel

pensioenaanvraag
pensioendienst
meer info

Waar kinderbijslag aanvragen?

Contactgegevens uitbetalers Groeipakket (kinderbijslagfondsen)

Uitbetaler (vroegere naam) e-mailadres Telefoonnummer Openingsuren website
Fons (Famifed) [url=mailto:welkom@fons.be]welkom@fons.be(opent in nieuw venster)[/url] 078 79 00 07 8-17 u [url=http://www.fons.be/]Fons(opent in nieuw venster)[/url]
Infino (Acerta, Securex,) [url=mailto:informatie@infino.be%C2%A0]informatie@infino.be (opent in nieuw venster)[/url] 078 15 92 99 8u30-12 13-16u30 (vr tot 16u) [url=http://www.infino.be/]Infino(opent in nieuw venster)[/url]
Kidslife (ADMB-Liantis, Group S, Horizon het Gezin) [url=mailto:vlaanderen@kidslife.be]vlaanderen@kidslife.be(opent in nieuw venster)[/url] 078 48 23 45 8u30-12 13-16u30 (vr tot 15u30) [url=https://vlaanderen.kidslife.be/nl/kinderbijslag-wordt-groeipakket]Kidslife(opent in nieuw venster)[/url]
MyFamily (Xerius) [url=mailto:info@myfamily.be]info@myfamily.be(opent in nieuw venster)[/url] 078 15 40 25 8-18 u (vr tot 16u) [url=https://www.myfamily.be/]MyFamily(opent in nieuw venster)[/url]
Parentia (Partena, Attentia, Future Generations/Mensura) [url=mailto:info@parentia.be]info@parentia.be(opent in nieuw venster)[/url] [url=https://www.parentia.be/nl-VL/contact/onze-kantoren]Zie telefoonnummers van de
lokale kantoren(opent in nieuw venster)[/url]
[url=https://www.parentia.be/nl-VL/contact/onze-kantoren]Zie openingesuren per
kantoor(opent in nieuw venster)[/url]
[url=http://www.parentia.be/][color=#0055cc; font-family: inherit][u]parentia[/color][/u][/url][url=http://www.parentia.be/](opent in nieuw venster)[/url]

Bij welk kinderbijslagfonds ben ik aangesloten?

Weet u niet bij welke uitbetaler (vroegere kinderbijslagfonds) u bent aangesloten? Dit kunt u terugvinden op uw rekeninguittsreksels bij de maandelijkse storting. De storting van de kinderbijslag gebeurt rond de 8e van elke maand.
Of vraag het na op het nummer 02/89710 60, elke werkdag van 8.30u tot 16.30u of via [url=mailto:info@groeipakket.be]info@groeipakket.be(opent in nieuw venster)[/url] bij het Agentschap Uitbetaling Groeipakket (AUG).

Hoe het kraamgeld krijgen ?

Aanvragen kan vanaf de 6e maand van de zwangerschap.

Bezorg daarvoor aan het kinderbijslagfonds een verklaring van de dokter of de verloskundige.

Voor een eerste geboorte kunt u het formulier Aanvraag om kraamgeld (E) invullen.

Zeer belangrijk: bezorg na de geboorte aan het kinderbijslagfonds direct het "Geboortebewijs om het kraamgeld te bekomen krachtens de wetgeving inzake gezinsbijslag". Dat is een van de attesten die het gemeentebestuur afgeeft bij de aangifte van de geboorte.
Als het kind doodgeboren is, stuur dan ook dit attest met de vermelding "levenloos vertoond kind" op. Ook dan is er recht op kraamgeld.

Het kraamgeld kan betaald worden vanaf de 8e maand van de zwangerschap.

Met het formulier Wijze van betalen van uw kinderbijslag (W) kunt u uw bankrekeningnummer meedelen. Anders wordt het kraamgeld betaald per circulaire cheque.

Storting op een bankrekening is snel en veilig.

 

Verschil omstandigheidsverlof en verlof wegens overmacht.

Het omstandigheidsverlof wordt ingedeeld in twee “soorten”:
· naar aanleiding van een gebeurtenis

  • overlijden
  • huwelijk
  • bevalling

 · voor het vervullen van staatsburgerlijke verplichtingen of van burgerlijke opdrachten

  • bijwonen van een bijeenkomst van een familieraad, bijeengeroepen door de vrederechter
  • oproeping als getuige voor een rechtscollege of persoonlijke verschijning op aanmaning van een rechtscollege
  • de uitoefening van het ambt van voorzitter, van bijzitter of van secretaris van een stembureau of een stemopnemingsbureau
  • om deel uit te maken van de jury van het hof van assisen
 Het verlof wegens overmacht:

Dit verlof vervangt de vroegere vorm van dienstonderbreking die “uitzonderlijk verlof wegens overmacht” werd genoemd.
De personeelsleden krijgen deze vorm van verlof omdat ze, wegens overmacht aanwezig moeten zijn bij welbepaalde andere personen. Die overmacht is een gevolg van een ziekte of van een ongeval van één van de volgende personen, die onder hetzelfde dak woont als het personeelslid:

 · de echtgenoot

 · de samenwonende partner

 · een bloed- of aanverwant van het personeelslid of van de samenwonende partner

· een persoon, opgenomen met het oog op zijn adoptie of de uitoefening van een pleegvoogdij 


Duur

De duur van het verlof mag per burgerlijk jaar niet meer dan vier werkdagen bedragen.
Uit een medisch attest moet blijken dat de aanwezigheid van het personeelslid bij één of meer van de voornoemde personen absoluut vereist is.

Wat moet u doen bij 1 dag afwezigheid

Bij afwezigheid wegens ziekte voor één dag blijft de formaliteit beperkt tot het onmiddellijk verwittigen van de directeur. De directeur verwittigt bij ziekte zijn inrichtende macht. Dit mag door tussenkomst van een derde persoon gebeuren maar het zieke personeelslid is verantwoordelijk indien de ziektemelding niet gebeurd is. Met “onmiddellijk” wordt bedoeld, het eerste uur van afwezigheid of het eerste schooluur indien de uurregeling van het betrokken personeelslid vóór de normale schooluren aanvangt.

Bij een ééndagsziekte heeft de directeur niet het recht om een afwezigheidsattest te eisen, wel het recht om controle aan te vragen. Om dat mogelijk te maken moeten de personeelsleden die tijdens de ééndagsziekte niet in hun woonplaats verblijven, de directeur uitdrukkelijk meedelen waar ze die dag wél verblijven.

Tijdens de ééndagsziekte mag het personeelslid de woon- of verblijfplaats enkel verlaten om gerechtvaardigde medische redenen (b.v. bezoek aan dokter, ziekenhuis, apotheek) die achteraf, indien nodig, moeten kunnen bewezen worden.

Bij verlenging van de ééndagsziekte moet betrokkene uiteraard de nodige attesten opsturen naar de directie en naar het controleorgaan (zie punt 2.1.2. hierna).

Het werk aanvatten en nadien moeten verlaten wegens ZIEKTE valt niet onder de bepalingen van de ééndagsziekte en geldt niet als afwezigheid wegens ziekte. De directeur hoeft in die gevallen geen controle aan te vragen.

Abonneren op Frequently asked questions